3D ziet er beter uit. Het maakt plannen tastbaar, begrijpelijk en aantrekkelijk. Dat vindt bijna iedereen. Maar zodra het gesprek richting toepassing gaat, volgt vaak dezelfde conclusie, we hebben geen 3D data. In dit artikel neemt Reinier de Graaf je mee in zijn ervaring met 2D en 3D data. Van presentaties waarin enthousiasme ontstaat, tot de realiteit van de praktijk. En vooral, waarom die realiteit snel aan het veranderen is en de puzzel steeds vaker wél gelegd kan worden.
Van enthousiasme naar de realiteit van 3D data
Wanneer ik een presentatie geef of Planspace Simulator, onze digital twin, laat zien, probeer ik mensen te enthousiasmeren om met 3D data aan de slag te gaan. Dat doe ik vaak door 2D en 3D naast elkaar te laten zien en daar vragen over te stellen.
Hieronder zie je een resultaat van een Hitte-Stress analyse van Tygron. Waar kijk je liever naar als gebruiker, waar heeft een bewoner meer aan bij nieuwe plannen in de wijk, en waarmee krijgt een beleidsmaker beter zicht op wat er speelt.


De antwoorden zijn voorspelbaar. 3D is gewoon gaaf. Daar zijn de meeste het bijna altijd wel over eens. Maar steeds vaker zien ze ook de toegevoegde waarde van 3D voor het creëren van de nodige informatie. Het maakt plannen begrijpelijker en helpt om situaties beter te doorzien. Helaas kantelt dat enthousiasme snel. Want na de presentatie volgt de praktijk. En die praktijk klinkt vaak als “helaas hebben we geen 3D data”. Tsja dat maakt het wel lastig natuurlijk.
De groeiende behoefte aan beter en gedeeld inzicht
Die reactie zegt eigenlijk alles. Niet dat 3D geen waarde heeft, maar dat de randvoorwaarden ontbreken om het echt te gebruiken. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan beter inzicht. Vraagstukken rond gebiedsontwikkeling, energietransitie en participatie worden complexer. Informatie zit verspreid over teams en systemen, terwijl er juist behoefte is aan één gedeeld beeld. 3D helpt om dat beeld te creëren. Niet als doel op zich, maar als manier om complexiteit inzichtelijk te maken en gesprekken te versnellen. De vraag verschuift daarmee. Niet meer of 3D waarde heeft, maar hoe je het inzet in de praktijk.
Beschikbare 3D data als fundament voor Digital Twins
Daar begint het interessant te worden. Want die praktijk verandert. Gelukkig zitten we in een ontwikkeling waarbij er meer 3D data beschikbaar gemaakt worden. Een mooi recent voorbeeld is de 3D BAG data van TU Delft en 3DGI. Sinds september vorig jaar zijn alle BAG gebouwen in Nederland beschikbaar als 3D Tiles service, gebaseerd op een open standaard van het Open Geospatial Consortium (OGC). Ik ben groot fan van dit soort standaarden. Zij garanderen namelijk interoperabiliteit tussen verschillende systemen en de data blijft bij de bron. Dit met als wenselijk gevolg dat er één eigenaar van de data is en dat gegevens beter met elkaar uitgewisseld kunnen worden.
Binnen IMAGEM gebruiken we deze data direct in Planspace Simulator. We voegen de 3D BAG toe aan de digital twin omgeving, waardoor er meteen een landsdekkend 3D fundament ligt. De data zijn beschikbaar in verschillende detailniveaus, LoD 1.2, 1.3 en 2.2. Dit zegt je misschien niet direct iets, maar LoD zegt iets over de mate van detaillering in het 3D Object. Om dit te verduidelijken hiernaast een voorbeeld van de vele LoD niveaus die zijn gedefinieerd voor 3D bouwmodellen.
LoD 1.2 & 1.3 lijken dus nog heel best wel vierkant zonder een echte dakvorm. LoD 2.2 daarentegen heeft al best wel een gedetailleerde dakvorm en toont bijvoorbeeld ook dakkapellen. En dat is vaak al meer dan genoeg. Niet elk vraagstuk vraagt om maximale detaillering, zoals in LoD 3.3. Het gaat om de juiste informatie op het juiste moment.
Van losse puzzelstukjes naar één werkend geheel
Terug naar de praktijk. Voor elk BAG pand in Nederland is er dus een 3D model beschikbaar en inzetbaar. Deze beschikbaarheid zie ik als weer een nieuw puzzelstukje dat gelegd is een puzzel die we in Nederland aan het maken zijn.
Het mooie hiervan is dat iedereen zijn eigen puzzel maakt met de stukjes die beschikbaar zijn. Voor de ene is dit een puzzel van 24 stukjes, voor de ander 500 (maar dan is het meer een uit de hand gelopen hobby). Elke puzzel is dus verschillend, en elke puzzel heeft een eigen doel in Nederland. Denk aan de puzzels rondom (stedelijke) gebiedsontwikkeling, de energietransitie of het verbeteren van de burgerparticipatie. Maar het uiteindelijke doel is hetzelfde. Nieuwe informatie creëren, informatie-uitwisseling op gang brengen en besluitvorming versnellen. En misschien nog wel belangrijker, dat wat je maakt ook kunnen delen. Met collega’s, beleidsmakers, bewoners of wie dan ook. Zodat iedereen naar hetzelfde kijkt en hetzelfde gesprek voert.
Eigenlijk hoop ik in de nabije toekomst de vergelijking tussen 2D en 3D niet meer te hoeven maken in mijn presentaties. Dat het gebruik van 3D standaard praktijk is geworden en dat iedereen beschikt over de puzzelstukjes om de puzzel te leggen.
Hoe IMAGEM helpt bij het leggen van de puzzel
IMAGEM helpt je om van losse data naar een samenhangend en werkend geheel te gaan. Met kennis van geo-informatie, open standaarden en Digital Twin toepassingen zorgen we dat 3D data niet blijft hangen in visualisatie, maar daadwerkelijk bijdraagt aan inzicht en besluitvorming. We brengen data samen, maken het begrijpelijk en zorgen dat iedereen vanuit hetzelfde informatiebeeld werkt. Wil je ontdekken hoe jouw puzzel eruit kan zien en welke stukken al beschikbaar zijn, dan laten we je graag zien hoe dat er in de praktijk uitziet.
Meer informatie
Reinier is Product & Project Lead bij IMAGEM. Als Product Owner van Planspace Simulator is hij nauw betrokken bij het vertalen van klantbehoeften en marktontwikkelingen naar een gebruiksvriendelijke, en voor iedereen te gebruiken, digital twin. Met zijn volle inzet en kennis van digital twins draagt hij zijn steentje bij aan de leefomgeving van de morgen. Wil je meer weten? Stuur Reinier een e-mail of stuur een berichtje via ons contactformulier.
Reinier de Graaf
Product & Project Lead