Digitale innovatie vraagt meer dan een traditionele projectaanpak

Waarom complexe vraagstukken binnen gemeenten en gebiedsontwikkeling vragen om een andere manier van samenwerken, leren en aanbesteden.

Luchtfoto van een meanderende rivier als symbool voor digitale innovatie en een flexibele aanpak bij de overheid.
Digital Twin
Oplossing
Digital Twin
Leestijd
9 minuten

Nederland heeft een complex speelveld gecreëerd waarin ruimtelijke ontwikkeling, energietransitie, klimaatadaptatie, mobiliteit en maatschappelijke belangen voortdurend samenkomen. Hoe neem je binnen die complexiteit nog goede, transparante en onderbouwde besluiten? Digitalisering helpt om informatie, beleid, regelgeving, belangen en scenario’s samen te brengen, gevolgen inzichtelijk te maken en alternatieven te vergelijken. Zo ontstaat ruimte om sneller en gezamenlijk tot betere besluiten te komen. Maar digitaal innoveren vraagt om meer dan technologie. Het vraagt ook om een aanpak die past bij complexe, domein overstijgende vraagstukken. Dat raakt niet alleen hoe je werkt en samenwerkt, maar ook hoe je oplossingen inkoopt en aanbesteedt. Want als het vraagstuk verandert, kan de manier waarop je het organiseert dan hetzelfde blijven?

De illusie van zekerheid

Bij een nieuw project wil je vooraf duidelijkheid. Over het resultaat, de planning, het budget en wie waarvoor verantwoordelijk is. Die behoefte aan duidelijkheid is begrijpelijk, zeker als je werkt met publieke middelen en keuzes goed moet kunnen onderbouwen. Maar wat als het vraagstuk zich niet vooraf laat afbakenen en de beste oplossing nog niet vaststaat? Of als verschillende domeinen, belangen en verantwoordelijkheden zo met elkaar verweven zijn dat één afgebakende oplossing niet volstaat? Precies daar vraagt digitale innovatie om een andere aanpak. Niet alleen in de manier waarop je een oplossing ontwikkelt, maar ook in hoe je samenwerkt en uiteindelijk inkoopt en aanbesteedt.

Complexe vraagstukken vragen om een andere manier van werken

Een complexe opgave laat zich niet volledig voorspellen. Nieuwe inzichten ontstaan tijdens het proces. Gebruikers reageren anders dan verwacht. Wetgeving verandert. Technologische mogelijkheden ontwikkelen zich sneller dan gedacht. Dat betekent niet dat plannen overbodig zijn. Het betekent wel dat een plan steeds minder een eindpunt is en steeds meer een vertrekpunt. De vraag verschuift daarmee van: “Hoe realiseren we deze vooraf bedachte oplossing?” naar “Hoe ontdekken we stap voor stap wat de beste oplossing is?”.

Deze manier van kijken sluit aan bij het Cynefin Framework van organisatiekundige Dave Snowden. Hij maakt onderscheid tussen eenvoudige, gecompliceerde en complexe vraagstukken. Bij eenvoudige en gecompliceerde vraagstukken werken analyse, planning en voorspelbaarheid uitstekend. Bij complexe vraagstukken werkt dat anders. De juiste oplossing wordt pas zichtbaar tijdens het proces. Snowden pleit daarom voor een aanpak waarbij je experimenteert, observeert wat werkt en op basis daarvan de volgende stap zet. Niet omdat plannen onbelangrijk zijn, maar omdat leren essentieel is wanneer de uitkomst nog niet vaststaat. Dat vraagt om een andere manier van werken.

Digitale transformatie vraagt ook om integraal denken

Digitale innovatie staat niet op zichzelf. De opgaven waaraan we werken worden niet alleen complexer, ze raken ook steeds sterker met elkaar verweven. Ruimtelijke ontwikkeling raakt mobiliteit, energie, klimaat, data, beleid en maatschappelijke belangen. Toch organiseren we deze vraagstukken nog vaak vanuit afzonderlijke afdelingen, disciplines en verantwoordelijkheden. Daar raakt digitale innovatie aan digitale transformatie. Je kunt informatie digitaal bij elkaar brengen en nieuwe technologie inzetten, maar als mensen en afdelingen vanuit hun eigen deel van het vraagstuk blijven werken, verandert er uiteindelijk weinig. Digitale transformatie vraagt daarom om een integrale aanpak, waarin kennis, data en verschillende perspectieven samenkomen. Niet ieder vanuit zijn eigen deeloplossing, maar samen vanuit de opgave.

Begin niet met de oplossing, maar met de vraag

Bij veel innovatieprojecten begint het gesprek al met een mogelijke oplossing. “We willen een Digital Twin.” “We hebben een AI-oplossing nodig.” “We zoeken een nieuw platform.” Het klinkt logisch, maar eigenlijk sla je dan een belangrijke stap over. De eerste vraag is niet welke technologie je nodig hebt. De eerste vraag is waarom. Welk probleem wil je oplossen? Waar loop je vandaag tegenaan? Voor wie wil je iets verbeteren? En hoe ziet succes er eigenlijk uit? Juist bij complexe vraagstukken blijkt de eerste oplossing lang niet altijd de beste oplossing. Soms ligt de echte uitdaging ergens anders dan vooraf werd gedacht. Door eerst de vraag achter de vraag te onderzoeken, ontstaat ruimte om het probleem echt te begrijpen. Pas daarna ga je samen ontdekken welke oplossing de meeste waarde toevoegt.

Niet alles vooraf bedenken, maar stap voor stap leren

Bij digitale innovatie ontstaat waarde vaak in kleine stappen. Een eerste versie wordt getest met gebruikers. Feedback leidt tot nieuwe inzichten. Sommige ideeën blijken direct waardevol. Andere verdwijnen weer van tafel. Niet omdat het project mislukt, maar omdat de praktijk iets anders laat zien dan vooraf gedacht. Dat proces voelt misschien minder voorspelbaar. In werkelijkheid verklein je juist het risico. Door klein te beginnen investeer je niet jarenlang in een oplossing die uiteindelijk onvoldoende aansluit op de praktijk. Je toetst aannames vroeg, ontdekt sneller wat werkt en bouwt alleen verder op onderdelen die daadwerkelijk waarde toevoegen. Incrementele innovatie draait daarom niet om kleine verbeteringen omdat klein nu eenmaal beter is. Het draait om leren. Elke stap levert nieuwe kennis op die de volgende stap sterker maakt.

Durven leren betekent ook durven falen

Dat vraagt misschien wel om de grootste verandering. Niet in techniek of processen, maar in onze manier van denken. Veel organisaties beoordelen een experiment nog steeds op één vraag: “was het een succes?” Maar innovatie werkt niet volgens die logica. Tijdens het laatste MGM Event vertelde hoogleraar en Chief Failure Officer Paul Iske over faalintelligentie: het vermogen van organisaties om te leren van wat anders loopt dan verwacht.

In een complexe omgeving is het onmogelijk om alles vooraf te weten. Daarom horen experimenteren én mislukkingen bij innovatie. De vraag is niet óf iets mislukt, maar of je ervan leert

— Paul Iske, hoogleraar en Chief Failure Officer van het Instituut voor Briljante Mislukkingen

Dat betekent niet dat falen een doel op zich is. Het betekent dat je experimenten zo organiseert dat ze beheersbaar blijven. Een incrementele aanpak maakt dat mogelijk. Door klein te beginnen, regelmatig te evalueren en inzichten direct toe te passen, voorkom je dat een verkeerde keuze uitgroeit tot een kostbaar project. Als iets niet werkt, verlies je geen jaren of miljoenen. Je doet kennis op die de volgende stap beter maakt. Misschien is de grootste verandering daarom niet technisch, maar cultureel. Niet streven naar een foutloos project, maar naar een organisatie die steeds slimmer wordt doordat zij durft te leren.

Vijf principes voor innovatie in een complexe omgeving

Een andere manier van werken vraagt niet om een compleet nieuwe projectmethodiek. Het vraagt om een andere manier van kijken naar innovatie. Vijf principes vormen daarbij de basis.

  • Begin klein: Start niet met een groot project waarin alles vooraf vastligt, maar met een eerste stap die je snel kunt toetsen. Zo ontdek je vroeg wat werkt en voorkom je dat je maanden of zelfs jaren investeert in een oplossing die onvoldoende aansluit op de praktijk.
  • Betrek gebruikers vanaf het begin: De beste ideeën ontstaan niet achter een bureau. Door gebruikers vroeg te betrekken, krijg je inzicht in wat zij écht nodig hebben. Hun feedback helpt om keuzes te maken die daadwerkelijk waarde toevoegen.
  • Maak leren onderdeel van het proces: Bij innovatie is leren geen tussenstap, maar het doel. Elke iteratie levert nieuwe inzichten op. Niet alleen over de techniek, maar juist ook over de gebruiker, de organisatie en het vraagstuk zelf.
  • Stuur bij op basis van nieuwe inzichten: Een plan is geen eindstation. Nieuwe kennis vraagt soms om andere keuzes. Door regelmatig te evalueren en bij te sturen, blijft de oplossing aansluiten op de werkelijkheid in plaats van op aannames uit het verleden.
  • Durf te accepteren dat niet elk experiment succesvol is: Niet ieder idee blijkt de juiste richting. Dat is geen verspilling, maar onderdeel van innovatie. Juist door klein te experimenteren, blijven risico’s beheersbaar en levert elk experiment waardevolle kennis op voor de volgende stap.

Deze vijf principes versterken elkaar. Haal je er één weg, bijvoorbeeld de ruimte om te experimenteren of de bereidheid om bij te sturen, dan verandert een innovatieproject al snel weer in een traditionele projectaanpak. De focus verschuift dan van leren naar beheersen, terwijl juist het leerproces bepaalt of een innovatie uiteindelijk succesvol wordt.

Van project naar leerproces

Digitaal innoveren vraagt om een proces waarin niet alles vooraf vaststaat. Je begint vanuit het vraagstuk, zet een eerste stap en toetst wat die in de praktijk oplevert. Nieuwe inzichten neem je mee in de volgende stap. Zo ontstaat de oplossing gedurende het proces, in plaats van dat je alleen uitvoert wat aan het begin is bedacht. Dat verandert ook de samenwerking. Opdrachtgevers, gebruikers, inhoudelijke experts en ontwikkelaars werken niet alleen na elkaar, maar juist tijdens het proces met elkaar samen. Gebruikers worden vroeg betrokken, inhoudelijke kennis en techniek komen bij elkaar en keuzes worden regelmatig opnieuw bekeken. Het plan geeft richting, maar nieuwe inzichten bepalen mede hoe je verdergaat. Zo verschuift een digitaal innovatieproject van het uitvoeren van een vooraf bepaald plan naar het organiseren van een leerproces. Dat vraagt vervolgens ook iets van de manier waarop je zo’n traject inkoopt en aanbesteedt.

Anders inkopen en aanbesteden

Inkoop is van oudsher gericht op voorspelbaarheid: een duidelijke vraag, een afgebakende scope, een vast budget en een concreet eindresultaat. Dat werkt goed als je vooraf weet wat je nodig hebt. Maar bij digitale innovatie ontwikkelt de oplossing zich juist op basis van wat je onderweg leert. Nieuwe inzichten leiden tot andere keuzes, waardoor de uiteindelijke oplossing bij de start nog niet volledig vaststaat. Daar ontstaat de spanning: hoe leg je vooraf voldoende vast om zorgvuldig om te gaan met budget, kwaliteit en publieke middelen, zonder de ruimte om te leren en bij te sturen weg te nemen? Het antwoord zit niet in alles vooraf dichttimmeren, maar in duidelijke doelen en kaders stellen en per ontwikkelfase beoordelen wat werkt en waar verder investeren waarde toevoegt.

Die manier van inkopen vraagt om een aanbestedingsaanpak die ruimte geeft aan incrementele ontwikkeling. Niet één keer aanbesteden op basis van een volledig uitgedachte oplossing, maar vanuit een helder maatschappelijk doel in stappen ontwikkelen, testen en verbeteren. De Aanbestedingswet biedt daar nu al mogelijkheden voor, bijvoorbeeld via functioneel specificeren, de concurrentiegerichte dialoog en het innovatiepartnerschap. Bij een innovatiepartnerschap definieert de opdrachtgever het probleem of de behoefte en ontstaat de oplossing tijdens een onderzoeks- en ontwikkelfase. Ook kan het traject op basis van tussentijdse resultaten worden beëindigd.

Zo kun je de investering over verschillende ontwikkelfasen verdelen en na iedere stap beoordelen of verder investeren waarde toevoegt. Vallen de resultaten tegen, dan kun je tijdig stoppen. Werkt iets wel, dan bouw je daarop verder. Zo ondersteunen inkoop en aanbesteding de incrementele manier van werken, in plaats van de oplossing vooraf volledig vast te leggen.

Een andere aanpak begint met anders denken

Digitale innovatie draait niet alleen om technologie of software. Het vraagt om een andere manier van werken en samenwerken, waarin je klein begint, leert en bijstuurt. En om een manier van inkopen en aanbesteden die ruimte laat om de juiste oplossing gaandeweg te ontdekken. De echte verandering zit daarmee in hoe we naar innovatie kijken. Van zekerheid vooraf naar vertrouwen in het leerproces. Van afzonderlijke disciplines naar samen werken aan de opgave. Van één vooraf bedacht eindresultaat naar stap voor stap ontdekken wat daadwerkelijk waarde toevoegt. Als de opgave niet vaststaat, waarom zouden we de weg naar de oplossing dan wel vooraf vastleggen?

Meer informatie

Niels is Marktmanager Overheid bij IMAGEM. Hij helpt de overheid om continu slimmer en beter te werken en geeft zijn functie invulling door organisaties te ondersteunen bij het oplossen van hun vraagstukken. Wil je meer weten? Stuur Niels een e-mail of stuur een berichtje via ons contactformulier.

Niels van de Graaf Marktmanager - Overheid IMAGEM